Artikelen & recensies

Etwas ganz verrückt besonderes 

Leven en werk van Charlotte Salomon 


Momenteel zijn tweedejaars Reinwardtstudenten druk bezig met het ontwerpen van een tentoonstelling over de jonggestorven joodse kunstenares Charlotte Salomon voor het Joods Historisch museum. Met deze tentoonstelling wil het museum een nieuwe generatie aanspreken en hen de emoties en obsessies van deze bijzondere jonge vrouw laten beleven. 


I will create a story so as not to lose my mind

Charlotte Salomon groeide op in een rijk joods gezin in Berlijn waar ze een redelijk onbezorgde jeugd had tot ze op negenjarige leeftijd haar moeder verloor. Na de kristalnacht in 1939 vluchtte ze naar haar grootouders in Zuid-Frankrijk. Haar grootmoeder leed aan ernstige depressies en pleegde na een jaar zelfmoord. Charlotte’s grootvader vertelde haar toen dat in de loop der jaren maar liefst acht van haar familieleden zichzelf van het leven hadden beroofd, waaronder haar moeder. Charlotte was daardoor zo ontsteld dat ze besloot om ofwel zelfmoord te plegen, of iets ‘ganz verrückt besonderes’ te doen, iets waanzinnig bijzonders. 


Leben? Oder Theater?

Charlotte Salomon koos ervoor om niet in de voetsporen van haar familieleden te treden. Zij ging in plaats daarvan haar eigen wereld opnieuw scheppen, vanuit de duisternis. In een brief aan haar vader en stiefmoeder in Amsterdam schreef ze dat ze een verhaal zou creëren om haar verstand niet te verliezen. Dat resulteerde uiteindelijk in Leben? Oder theater?, een verzameling van in totaal meer dan 1300 gouaches met scenes uit haar eigen leven. Ze maakte het werk in een tijdsbestek van twee jaar op haar onderduikadres aan de Zuid-Franse kust. In de scenes heeft Salomon zowel haar naasten als taferelen uit Nazi-Duitsland afgebeeld, gelardeerd met teksten en muziekstukken. Door van haar leven als het ware een theaterstuk te maken, kon ze afstand nemen van haar heftige ervaringen. Dat hielp haar bij het verwerken van het verdriet en de pijn die ze voelde.

In een van de laatste werken in het geheel dat samen Leben? Oder Theater?  vormt, staat een zin die haar vastberaden overlevingsdrang samenvat en verwijst naar het antisemitisme in die tijd: ‘I will live for them all’


Keep this safe. It’s my whole life

In 1943 werd Salomon samen met haar echtgenoot, van wie ze op dat moment zwanger was, opgepakt en op de trein naar Auschwitz gezet. In het kamp werden vrouwen en kinderen direct na aankomst vermoord. Charlotte stierf op 26 jarige leeftijd. 

Een tijd voordat ze werd opgepakt vertrouwde ze Leben? Oder Theater? toe aan een goede vriend met de woorden ‘Keep this safe. It’s my whole life’. Na de oorlog is het werk door Salomon’s ouders geschonken aan het Joods Historisch museum. Naast verschillende exposities van Leben? Oder Theater in het JHM, is het werk door de hele wereld tentoongesteld. Bijzonder aan de komende tentoonstelling is dat het Joods Historisch museum de wens heeft uitgesproken om niet zozeer het verhaal van Charlotte Salomon op chronologische wijze te willen vertellen, maar de bezoeker eerder onder te willen dompelen in haar waanzinnige, emotionele, duistere, maar toch ook mooie en ontroerende wereld.


Het is nu aan onze tweedejaars studenten om mee te denken over de nieuwe tentoonstelling die het JHM in 2017 zal openen. Een unieke kans om het bijzondere leven en werk van Charlotte Salomon over te brengen aan een nieuwe generatie en om er Etwas ganz verrückt besonderes van te maken.


(in 2015 gepubliceerd op de website van de Reinwardt Academie cultureel erfgoed)

Duizenden schoenen, omroepberichten en snerpende fluitjes

Een recensie over Het Station van Joris van Casteren

Laatst zat ik met een kroketje in de zon op station Amsterdam Centraal. Als je tijdens het eten naar een kroketje kijkt, geniet je er meer van, bedacht ik me. Zo is dat eigenlijk ook met erfgoed. Je geniet er meer van als je er goed naar kijkt, als je er aandacht voor hebt. Schrijver en journalist Joris van Casteren observeerde het rijksmonument Amsterdam Centraal bijna een jaar lang en legde zijn waarnemingen vast in zijn boek Het Station dat dit jaar uitkwam.


Het station als podium

‘I enjoyed observing them and I enjoyed listening to them. They were like actors in a play, only the play was real.’  Met dit citaat van de Amerikaanse schrijver Joseph Mitchell begint Van Casteren zijn boek. Het Station is opgebouwd uit verschillende korte verhalen waarin gesprekken met onder andere medewerkers, zwervers en reizigers worden afgewisseld met observaties en achtergrondinformatie over de geschiedenis van het gebouw. Het citaat van Mitchell past goed bij de stijl van het boek. Door de manier waarop de auteur de mensen en het station beschrijft, krijgt het geheel een theatrale sfeer. De mensen worden personages met het station als podium.


Seks, drugs en treinen

Een van de personages waar Van Casteren mee spreekt is Karel van Brederode, oudmedewerker van de NS. Momenteel is hij ‘bijzonder opsporingsambtenaar’ van Prorail. Kortgezegd bewaakt hij de orde op het station. Van Brederode is kalend, heeft een grijze snor en draagt een lichtblauw overhemd met zilverkleurige epauletten.

Op de vraag wat typisch is voor Amsterdam Centraal, antwoordt hij stellig ‘De verbouwingen’. ‘Het is altijd maar in beweging, voortdurend zijn ze bezig hier’. Verbouwingen maken volgens Van Brederode de handhaving lastig omdat je het ‘gespuis’ minder goed in de gaten kan houden. 

Tegenwoordig is overlast dankzij veel beveiligers en honderden camera’s redelijk onder controle. In de jaren negentig was er echter veel drugs- en prostitutieoverlast op het station. In goederenliften in de oosttunnel werkten prostituees en schandknapen hun klanten af. Het was Van Brederode’s taak om dat verschijnsel tegen te gaan. Ook de vaste groep junks, destijds een man of zestig, moest hij het station uit jagen. Na een tijdje kenden de voornamelijk Surinaamse dealers en junks hem van gezicht. ‘Papa’ noemden ze hem. 


Rijksmonument 

In 2014 bestond Amsterdam Centraal precies 125 jaar. Van Casteren is de archieven ingedoken en beschrijft de geschiedenis en totstandkoming van het station. 

Johan Rudolph Thorbecke, minister van binnenlandse zaken, heeft in de 19de eeuw de locatie van het station bepaald, ondanks protest van onder andere schilder Jan Veth die sprak van ‘Stedenschennis’ en een advocaat die vreesde dat de komst van het station de scheepvaart in Amsterdam zou vernietigen. 

De katholieke architect Pierre Cuypers werd gevraagd het gebouw te ontwerpen. Tegenstanders probeerden de ‘kerkbouwbeginselen’ van Cuypers onderuit te halen. Het ontwerp greep namelijk terug op middeleeuwse principes, toen de christelijke kerk nog een eenheid was; dit werd in reformatorische kringen gezien als een provocatie.

Het gebouw werd geopend in 1889. Vriend en vijand waren het erover eens dat er iets zeer bijzonders was neergezet. In 1974 is het station uitgeroepen tot rijksmonument.


Ode aan de nieuwsgierigheid

Door het lezen van Het Station ben ik beter gaan kijken, meer gaan zien. Als ik ‘s ochtends naar de metro loop, kijk ik af en toe over mijn schouder naar de voorkant van het stationsgebouw en ontdek steeds nieuwe, van symboliek doorspekte teksten en sculpturen. Met de colleges van Joppe Knoester in mijn achterhoofd zie ik ook steeds meer elementen van de Hollandse Renaissance-stijl terug. Ik werp een blik over het plein voor de ingang. ‘Is dat Thea?’. Een vrouw die al bijna twintig jaar lang de daklozenkrant verkoopt op het station. Mijn ogen speuren het station af en ik zie schoonmakers met felgekleurde hesjes aan. ‘Hoe zag hun dag er tot nu toe uit?’, ‘Wat zouden ze zijn tegengekomen?’. ‘Wordt ik op dit moment in de gaten gehouden door de medewerkers die de camerabeelden bekijken en zou ik verdacht overkomen met mijn onderzoekende blik?’.

Inmiddels heb ik zelfs een bezoekje gebracht aan Kaketoe Elvis die zijn dagen slijt op een stok in café-restaurant 1e Klas op perron 2b.


Programmamaker en correspondent Jelle Brandt Corstius noemt het boek een ‘Ode aan de nieuwsgierigheid’. Daar kan ik me in vinden. Als je niet al nieuwsgierig naar Amsterdam Centraal was, dan wordt je het wel door het lezen van Het Station.  


 (in 2015 gepubliceerd op de website van de Reinwardt Academie cultureel erfgoed)